GOLFTERMEN
Wat is een...
Albatros: Drie slagen onder par. ( een zeldzaamheid in de golfsport)
Birdie: Eén slag onder par.
Bogey: Eén slag boven par.
Bunker: Een bunker is een hindernis die bestaat uit een ondiepe uitholling waaruit gras of aarde is verwijderd en vervangen door zand.
Caddy: Een caddy is degene die uw golfclubs draagt. Voor veel golfers is deze luxe niet weggelegd. Gelukkig doet een trolley, waar uw golftas op kan, ook heel goed dienst.
Double Bogey: Twee slagen boven par.
Eagle: Twee slagen onder par.
Fairway: De fairway is het speelveld dat tussen de tee en de green ligt.
Fore: Als uw bal in de richting van anderen gaat, roept u de waarschuwingkreet fore.
Green: De green is het kortst gemaaide gedeelte van de hole. Vanaf hier wordt de bal in de hole gespeeld. De maaihoogtes zitten tussen de 4 en 6 mm.
Grip: De manier waarop u uw handen op de golfclub plaatst, heet grip. Het bovenste gedeelte van de golfstok wordt ook grip genoemd.
Handicap: Met dit cijfer worden uw golfprestaties aangegeven. Uw handicap geeft het gemiddelde verschil van uw score en de par van de golfbaan aan.
Hole: De hole is uw doelwit. Hierin moet u de bal spelen. De hole heeft een doorsnee van 11,25 cm.
Hole in one: Als u een hole in één keer maakt, slaat u een hole-in-one. Dit is dus de ultieme slag in het golfspel.
Marshal: Op de banen van Golfbaan Naarderbos is altijd een marshal aanwezig die toezicht houdt en bij wie u terecht kunt met vragen.
Par: Par staat voor professional average result en wordt toegekend aan iedere hole. Het aantal slagen dat een professionele golfer erover doet om de hole te maken, bepaalt de par.
Pitchmark: Als uw golfbal hard op het gras terecht komt ontstaat er een putje. Deze beschadiging noemen we een pitch mark.
Pitchfork: De pitch mark herstelt u met een pitch fork, die de vorm van een vork heeft. Het is verplicht een pitch fork bij u te hebben tijdens het golfen.
Rough: De rough is het gebied op de baan wat de green, de tee en de fairway van iedere hole omringt. De rough kan begroeid zijn met bijvoorbeeld grassen, kruiden, heide, struiken of bomen.
Slow play: Slow play betekent traag spelen, iets waar golfers een grote hekel aan hebben.
Stableford: Meest voorkomende telmethode van de gemaakte score per ronde golf. Uitstekende methode om golfspelers van verschillende niveau's met elkaar te kunnen laten spelen.
Stroke Index: De achtien holes van één baan zijn gerangschikt op moeilijkheid. Het cijfer van de index e, geeft de moeilijkheidsgraad van de hole aan. Stroke één is het moeilijkst, stroke negen het gemakkelijkst.
Tee: De tee is een begrensd, kort gemaaid en meestal licht verhoogd gebied aan het begin van de hole. Vanaf de tee wordt de eerste slag naar de fairway gedaan. De pen waarop u uw golfbal legt voor het maken van de eerste slag, wordt ook tee genoemd.
Tripple Bogey: Drie slagen boven par wordt een bogey genoemd.


















